Toezichtsbevoegdheden

Voor de vervulling van hun taken hebben de toezichthouders van de Consumentenautoriteit  bevoegdheden op basis van de Algemene wet bestuursrecht.

Het gaat om de volgende bevoegdheden:

  • Betreden van plaatsen (art. 5:15 Awb)
    Toezichthouders van de Consumentenautoriteit zijn bevoegd elke plaats te betreden. Bij het betreden kan assistentie van de politie worden ingeroepen. Ambtenaren van de Consumentenautoriteit kunnen zich laten vergezellen door andere personen. Te denken valt bijvoorbeeld aan deskundigen op IT-forensisch gebied.
  • Vorderen van inlichtingen (art. 5:16 Awb)
    Toezichthouders van de Consumentenautoriteit zijn bevoegd inlichtingen te vorderen. De betreffende persoon is verplicht om naar waarheid te antwoorden.
  • Vorderen van identificatie van personen (art. 5:16a Awb)
    Een toezichthouder is bevoegd van personen inzage te vorderen in een identificatiebewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
  • Inzage van gegevens en bescheiden (art. 5:17 Awb)
    De ambtenaren zijn bevoegd om inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden en daarvan kopieën te maken. Voor het maken van deze kopieën mogen de gegevens zonodig worden meegenomen. Een uitzondering zal gelden voor geschriften die zijn gewisseld tussen een overtreder en een advocaat en die zich bij de advocaat (ingevolge 5:20 Awb) of bij de overtreder (ingevolge artikel 2.4 Whc) bevinden.
  • Onderzoek, opneming en monsterneming (art. 5:18 Awb)
    Toezichthouders van de Consumentenautoriteit zijn bevoegd zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen.
  • Onderzoek van vervoermiddelen (art. 5:19 Awb)
    Ambtenaren zijn bevoegd om vervoermiddelen aan een onderzoek te onderwerpen.

Eenieder zal ingevolge artikel 5:20 Awb verplicht worden om medewerking te verlenen aan de toezichthouders van de Consumentenautoriteit. Medewerking van de betrokken persoon of het betrokken bedrijf kan door de Consumentenautoriteit worden afgedwongen door middel van een last onder dwangsom (artikel 2.10 Whc).