Het markttoezichthoudersberaad (MTB) wordt gevoerd door toezichthouders die zich volledig of als onderdeel van het takenpakket richten op het functioneren van markten en het gedrag van marktspelers. Hoewel elke toezichthouder daarin een eigen specifieke taak vervult, hebben zij bij toezicht op markten regelmatig met elkaar te maken. Daarbij zijn de vraagstukken en ontwikkelingen van het toezicht vaak vergelijkbaar. Leden van het MTB zijn: AFM, DNB, Consumentenautoriteit, NMa, NZa en OPTA.
Het MTB beoogt de krachten van de toezichthouders op gezamenlijke thema’s en vraagstukken te bundelen en waar doelmatig synergie bij de uitvoering van taken te bereiken. Een dergelijke gezamenlijke aanpak leidt tot efficiënter en effectiever toezicht en beperking van toezichtlasten waar mogelijk.
Bestaande samenwerkingsprotocollen regelen reeds bilaterale samenwerking in specifieke zaken. Het MTB voert een structurele dialoog, met als doel in een sfeer van openheid en onderling vertrouwen kennis te delen en ervaringen over zaakoverstijgende thema’s uit te wisselen. De juristen van de toezichthouders overleggen al enige jaren regelmatig op informele basis over gemeenschappelijke thema’s om van elkaar te leren.
In september 2010 is het tweede MTB gehouden met als thema "toezicht in tijden van (vertrouwens-)crisis". De uitkomsten van dit beraad laten zich samenvatten in de volgende afspraken:
- De voorzitter van het MTB is portefeuillehouder van gezamenlijk afgesproken actiepunten die uit het MTB voortvloeien. Dit voorzitterschap wordt bij het volgende MTB overgedragen aan een ander lid van het MTB. Het tweede MTB is voorgezeten door de NZa. Voor de NZa neemt Cathy van Beek de rol van portefeuillehouder op zich;
- De AFM organiseert het volgende MTB en zal dan het voorzitterschap overnemen;
De volgende actiepunten worden in 2011 gezamenlijk opgepakt:
- Inventariseren van strategische onderwerpen voor een gezamenlijke toezichtagenda, die zien op gemeenschappelijke thema's;
- Een analyse van (de veranderingen in) de relatie tussen toezichthouders en de politiek/samenleving en de behoefte aan transparantie in het toezicht voor de verschillende stakeholders leidend tot een effectieve publieke verantwoording en informatievoorziening;
- Een analyse van de voor- en nadelen en de effectiviteit van “naming” en “faming and shaming” als toezichtinstrument;
- Het bevorderen van de onderlinge uitwisseling van expertise en kennis tussen toezichthouders, waaronder het uitwisselen van medewerkers.