Samenwerkingsprotocollen met bevoegde autoriteiten in het kader van effectief en doelmatig toezicht

Op 29 december 2006 is de Wet handhaving consumentenbescherming (hierna: Whc) in werking getreden. De Whc implementeert verordening (EG) nr. 2006/2004 (hierna: verordening 2006/2004) in de Nederlandse wetgeving. Verordening 2006/2004 heeft als doel de samenwerking tussen Europese autoriteiten, belast met het toezicht op de naleving van bepalingen van consumentenrecht, te bevorderen bij de bestrijding van intracommunautaire inbreuken met een collectief karakter. Elke lidstaat is verplicht om "bevoegde autoriteiten" aan te wijzen voor de 14 richtlijnen en de verordening die in de bijlage bij verordening 2006/2004 staan vermeld.

De samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten komt tot uiting in "verzoeken om wederzijdse bijstand", inhoudende "een verzoek om informatieverschaffing" (artikel 6 van verordening 2006/2004) of "een verzoek om handhavend optreden gericht op het beëindigen van de inbreuk" (artikel 8 van verordening 2006/2004). Elke lidstaat wijst tevens een overheidsinstantie aan als "verbindingsbureau. Het verbindingsbureau is belast met de coördinatie van de toepassing van Verordening 2006/2004 binnen die lidstaat.

In Nederland wordt de aanwijzing van bevoegde autoriteiten en het verbindingsbureau in de Whc geregeld. De bevoegde autoriteiten voor Nederland onder verordening 2006/2004 zijn: de Consumentenautoriteit, de Stichting Autoriteit Financiële Markten, de Inspectie Verkeer & Waterstaat, het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, het Commissariaat voor de Media en de Voedsel en Warenautoriteit. De Consumentenautoriteit wordt in de Whc tevens als "verbindingsbureau" aangewezen.

De Consumentenautoriteit zal als toezichthouder en als verbindingsbureau samenwerken met de andere genoemde toezichthouders. De relatie tussen de Consumentenautoriteit als toezichthouder en als verbindingsbureau en de bevoegde autoriteiten wordt beheerst door verordening 2006/2004, de Beschikking van de Commissie ter uitvoering van verordening 2006/2004** en de Whc. Naast de grensoverschrijdende samenwerking werken de toezichthouders ook samen ten aanzien vannationale aangelegenheden. In de samenwerkingsprotocollen wordt op bepaalde punten een nadere (praktische) uitwerking gegeven. De samenwerkingsprotocollen zien op grensoverschrijdende en nationale aangelegenheden.

* Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhavingvan de wetgeving inzake consumentenbescherming, Pb 2004 nr. L364/1

** Beschikking van de Commissie van 22 december ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees parlement en de Raad betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijkzijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming wat wederzijdse bijstand betreft, PB C(2006), 6903.